CPAP ( of APAP of BiPAP)

CPAP (Continuous Positive Airway Pressure).

De meest gebruikte methode om het aantal Apneus van een OSAS patiënt naar beneden te brengen is de CPAP.

Een apparaat, dat er voor zorgt dat de luchtdruk in het ademhalingsstelsel (van neus/mond, via de ademweg de longen in) hoger is dan buiten het lichaam.

De druk blaast als het ware de ademweg iets op. Vergelijkbaar met een ballon.
Bij genoeg druk zullen de plekken waar bij ontspanning een blokkering ontstaat, niet inzakken. Een CPAP zorgt ervoor dat de overdruk in het lichaam constant blijft op een vooraf ingestelde druk.

Om het inslapen te vergemakkelijken heeft een CPAP meestal een z.g. RAMP-knop. Als deze knop ingedrukt wordt gaat de CPAP naar een vooraf ingestelde (lage) begindruk en bouwt in een vooraf ingestelde tijd de druk op naar de werkdruk.
Dit is meestal prettiger voor de patiënt, omdat hij/zij nu wat langzamer aan de druk went.
Ook hoor je meestal minder herrie in het masker dat over het gezicht gaat.

Daarnaast bestaat de APAP (Automatic Positive Airway Pressure) die hetzelfde doet als de CPAP, maar die de druk laat variëren naar behoefte.
Op het moment dat de APAP detecteert dat er een afsluiting ontstaat, zal hij automatisch de druk verhogen tot een punt dat er geen afsluitingen meer ontstaan.
Om te voorkomen dat dit zou doorgaan tot de maximale capaciteit van de APAP is bereikt, wordt meestal een maximale druk ingesteld.

Als derde telg aan de PAP familie is er de BiPAP (Bilevel Positive Airway Pressure).
Deze machine regelt de druk zo, dat er bij inademen een hoge druk wordt gegeven en bij uitademen de druk een stuk wordt verlaagd.
Alhoewel artsen soms hele grote drukverschillen laten inregelen, is de algemene stelregel, dat er geen groter verschil tussen de onder en bovendruk mag zitten dan 3 millibar.

Een toevoeging bij zowel CPAP als APAP kan de Cflex zijn.
In de betreffend PAP is er dan software ingebouwd, die er voor zorgt, dat net voor uitademen de druk iets afneemt en bij inademen iets toeneemt.
Het principe lijkt een beetje op dat van een BiPAP, maar de drukverschillen zijn hier marginaal.
Voor sommige patiënten is het een uitkomst, anderen vinden het helemaal niets.
Dit is dan ook de reden dat de Cflex (meestal) door de patiënt zelf kan worden uitgezet of van stand veranderd kan worden.







Een complete set:Cpap met slang en masker






Meestal wordt de PAP geleverd met een luchtbevochtiger.
Dit is een verwarmd waterreservoir, waar de lucht doorheen geleid wordt en die daardoor vochtiger wordt.Het reservoir kan in de PAP ingebouwd zijn, of als los element bijgeleverd.
De bevochtiging voorkomt uitdroging van de neus en mond.
Gebleken is overigens, dat bij de juiste vochtinstelling de patiënt beter door de neus ademhaalt en in geval van een neusmasker zijn/haar mond dicht houdt.
Omdat het water ‘s nachts verwarmd wordt, is het belangrijk het reservoir elke dag leeg te gooien en even om te spoelen en af te drogen.
Eens in de week grondig reinigen en indien nodig ook zo nu en dan ontkalken is geen luxe.

Sommigen gebruiken gedestilleerd water of water uit een Brita ontkalker, waardoor het reservoir langer schoon blijft.

Ook de slang dient zo nu en dan gereinigd te worden, al is het maar om schimmel (zwarte smurrie) op de rubber aansluitpunten te voorkomen.

Een van de problemen die kan voorkomen bij gebruik van de luchtbevochtiger is condens in slang en/of masker.
Je merkt dit doordat je slang een slurpend geluid maakt of omdat je een paar koude druppels in je gezicht krijgt, binnen je masker.
Oorzaak hiervan is meestal het temperatuur verschil tussen lucht in de slang en de omgeving.
Is de omgevingstemperatuur lager, dan koelt de lucht onderweg tussen PAP en masker te veel af en het vocht condenseert.
Dit kan (deels) voorkomen worden door een z.g. slanghoes, die als isolator van de slang werkt, of door een verwarmde slang te gebruiken.
Er zijn tegenwoordig al PAPs die daarmee zijn uitgerust.

Content Protected Using Blog Protector By: PcDrome.